De diamantslijper.
Om diamant zijn schittering te geven, wordt hij geslepen in een aantal facetten
met nauwkeurig berekende hoekverhoudingen door een diamantslijper. Voor de 15de eeuw beperkt het
slijpen zich vooral tot het polijsten van het ruwe oppervlak. In de 15de eeuw
wordt de bewerkingstechniek verbeterd.
In de 20ste eeuw slijpt men op wetenschappelijke basis. Het aanbrengen van de
facetten gebeurt met behulp van een slijptang. De dop met daarin de sierdiamant
wordt onder de gewenste hoek op de slijpschijf geplaatst. De slijpschijf is een
horizontaal draaiende gietijzeren schijf behandeld met een mengsel van olie en
diamantpoeder en draait rond met 3000 toeren per minuut.




